Polyphonic worlds: justice as medium

Adelita Husni-Bey

In mijn werk ontwikkel ik pedagogische modellen, waarbij ik me zowel baseer op studies als video’s van deze momenten. Met mijn artistiek werk probeer ik de vraag te stellen hoe een ‘wij’ kan worden gevormd, vertrekkend vanuit anti-imperialistische bedenkingen, feministische en queer bewegingen, en een analyse van de klasseconstructies binnen de modellen die ik gebruik.

Agency (2014) is het resultaat van een workshop die in 2013 begon met een groep vrijwillige studenten van de Manara Hogeschool in Rome. In de maanden voorafgaand aan de workshop kregen de studenten bezoek van journalisten, vakbondsleden en economen die met hen in gesprek gingen over hun rol en aandeel binnen het sociopolitieke landschap van het huidige Italië. Tijdens de drie dagen durende workshop in het Maxxi Museum in Rome streden vijf verschillende categorieën onderling om ‘macht’: journalisten, activisten, bankiers, arbeiders en politici. Hoewel de categorieën waarin de studenten werden onderverdeeld ongetwijfeld banaliserend werkten, werden de studenten aangemoedigd om onderlinge raakvlakken en relaties bloot te leggen en te genereren terwijl het rollenspel evolueerde. De journalisten kregen de verantwoordelijkheid om elk uur verslag uit te brengen over de manier waarop de ‘maatschappij’ zich ontwikkelde. De simulatie werd onderbroken door geplande momenten van abstractie tegenover het spel: momenten van debat over de sociale condities die in deze workshop werden geconstrueerd, en de betekenis en het mechanisme van macht.

Adelita Husni-Bey, Agency-giochi di potere, 2014
, still from HD video, 27’40’’, courtesy the artist and Laveronica arte contemporanea

Agency

Het initiatief genaamd Agentschap stelt een open lijst samen van ‘dingen’ die weerstand bieden aan de splitsing in de classificaties van ‘natuur’ en ‘cultuur’.

Niet-mensen (dieren, vogels, planten, stenen,…) en anders-dan-mensen (doden, geesten, binnen- en buitenaardse wezens,...) maken dikwijls deel uit van kunstpraktijken. Intellectuele eigendom wordt echter voorbehouden aan mensen. Hoewel de definitie van ‘auteur’ binnen het auteursrecht niet uitdrukkelijk naar mensen verwijst, houdt de rechtspraak tot nu toe nauwelijks rekening met niet-mensen en anders-dan-mensen als mogelijke ‘oorzaken van kunstwerken.’ Wat als niet-mensen en anders-dan-mensen op een meer mutuele wijze zouden deel uit maken van kunstpraktijken? Agentschap vertrekt vanuit deze speculatieve vraag voor Assemblée (Polyphonische Werelden) en laat twee ‘dingen’ uit de lijst getuigen.

Ding 001652 (Monkey's Selfies) betreft een controverse tussen Naruto, een zwarte kuifmakaak vertegenwoordigd door de dierenrechtenorganisatie Peta, en de natuurfotograaf fotograaf David Slater rondom een reeks selfies die gemaakt werden door Naruto en gepubliceerd werden in een boek door David Slater.

Ding 001621 (Dead Son Drawn by Psychic Artist) is een conflict tussen A.P. en de psychische kunstenaar Frank Leah omtrent een door in de krant gereproduceerde foto van een tekening van de geest van A.P.'s zoon gemaakt de psychische kunstenaar Frank Leah.

Voor elke van deze controverses organiseert Agentschap een bijeenkomst met een groep van diverse betrokken praktijken om te reageren op de discussies van de rechtszaken in kwestie. Het doel van deze bijeenkomsten is om terug te komen op de momenten van aarzeling rond bepaalde problemen. Door aandacht te besteden aan de invloed van het intellectuele eigendomsrecht op de protocollen van praktijken wordt de breekbaarheid van de ecologie van een enkelvoudige kunstpraktijk tastbaar gemaakt.

Venues

Schepenhuis

Agentschap, ding 001652 (Monkey’s Selfies), 2016, courtesy of the artist

Ana Torfs

In mijn werk is de wisselwerking tussen taal en voorstelling, en de daarmee verbonden processen van vertaling, interpretatie en visualisatie, een constante. Bestaande teksten en/of beelden vormen vaak het basismateriaal waarmee ik werk. Deze materiële restanten verwerk ik langzaam tot minutieus gecomponeerde installaties – met diverse media zoals dia’s, geluid, video en foto’s tot prenten, wandtapijten en zeefdrukken – waarin projecties en zinspelingen vrij spel hebben.

Aan de basis van Anatomy liggen de akten van het strafproces dat in mei 1919 in Berlijn werd gevoerd rond de moord op Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg, oprichters van de Duitse Communistische Partij. Tijdens mijn kunstenaarsresidentie in Berlijn, als gast van het DAAD, consulteerde ik deze documenten in het Duits Militair archief in Freiburg. Uit deze protocollen selecteerde ik de uitspraken van vijfentwintig verschillende ondervraagden en bewerkte die tot een ‘tragedie in twee akten’. Ik zocht vijfentwintig jonge, Duitse acteurs en filmde hun ‘vertolking’ van de getuigenissen op video. Via vijfentwintig versies van de ‘waarheid’ ontstaat een gefragmenteerd en steeds verschuivend beeld van het laatste uur uit het leven van Liebknecht en Luxemburg.

Nog eens zeventien ‘modellen’ poseerden voor een reeks zwart-wit dia‘s in het Anatomisch Theater van Berlijn. In de installatie worden diaprojecties gecombineerd met videobeelden op twee monitors. De in het Duits gesproken getuigenissen werden door een Engelse tolk live vertaald. Via deze ‘interpretatie’, hoorbaar via draadloze koptelefoons, wordt benadrukt dat er geen keurige scheidslijn bestaat tussen het naakte feit en de interpretatie, tussen feit en fictie. Het is de taal die een verhaal hoe dan ook kleurt.

Ana Torfs, Anatomy, 2006, slide photograph, photo: Ana Torfs and courtesy of the artist

Arvo Leo

In 2003 was er een enorme bosbrand in Canada die vijfenzeventig dagen duurde en veel bomen en huizen vernietigde. Toen de brand in het stadje Barriere uitsloeg, vatte de versnellingsbak van een Ford Mustang vuur en smolt de auto. Dit hete, gesmolten ijzer sijpelde vervolgens naar beneden, de ondergrondse tunnels van een mierenhoop in, wat resulteerde in een prachtige, toevallige sculptuur.

Elf jaar later maakte ik een poster om dit beeldhouwwerk te vieren en verder te contempleren over de vreemde manier waarop het ontstond. Tijdens het schetsen verbeeldde ik me deze destructieve/creatieve gebeurtenis vanuit verschillende niet-menselijke standpunten: Wat als dit beeld niet per ongeluk gemaakt werd? Wat als de auto, de bomen, de vlammen of de mieren zelf wilden dat dit beeld gemaakt werd en er verantwoordelijk voor zijn? Andere tekeningen op de affiche ontstonden terwijl ik nadacht over de herkomst van fossiele brandstoffen, de geschiedenis van de verbrandingsmotor, het levende lichaam aan de lopende band van Fordfabriek, de verschuiving van de mens als nomadisch tot sedentair wezen, dieren die tools gebruiken, de kelder als een maag.

Voor Contour Biennale 8 toon ik enerzijds een video die gebaseerd is op deze verhalen, en anderzijds, in kelders rond Mechelen, mijn poster. Het is belangrijk dat deze laatste ondergronds te vinden is, dichter bij de mierenhoop, in het rijk van vuil en metaal, op een plaats die een beetje verder weg ligt van menselijke aangelegenheden. Hierdoor is het publiek klein, bestaat het vooral uit de lokale bevolking die deze posters herbergen. Eén of twee posters kunnen echter als paddenstoelen uit de grond schieten.

Hearings

Arvo Leo, Detail from Accidental Ant Hill Sculpture (Born in 2003 after a forest fire made love to a Ford Mustang), 2014, screen print on paper, courtesy of the artist

Basir Mahmood

Ik ben geïnteresseerd in het verkennen van mijn positie als kunstenaar. Dat doe ik door verschillende rollen aan te nemen. Die van een schrijver die verhalen neerpent, die van een initiator die mensen en scenario’s in beweging zet, die van een observator die zichzelf binnen of buiten alledaagse situaties verplaatst om ze diepgaander te kunnen bekijken, en bij momenten ook die van een teruggetrokken subject, zoals een ongeïnteresseerde toeschouwer langs de straatkant. In Monument of Arrival and Return (2016) heb ik een poging ondernomen om mezelf terug te trekken uit het directe maakproces en mezelf eerst en vooral als dramaturg te beschouwen die een scène ontwikkelt waar de protagonisten, een groep bagagedragers en koeriers in een station (‘coolies’ volgens de Britse koloniale woordenschat), uitgenodigd worden om te improviseren met huishoudelijke en persoonlijke spullen. Ik produceerde de film in Lahore, Pakistan, met een lokale crew die ik een aantal scènes en narratieve instructies gaf terwijl ik zelf ver weg van de filmset bleef. Pas later ontving ik het intuïtief ontstane beeldmateriaal als een ‘verzendpakketje’ om vervolgens aan het montageproces te beginnen. Mijn eigen reis als filmmaker voegt zich zo bij een bredere geschiedenis van de migratie van coolies (‘Kuli’) die in het Britse Rijk werden getransporteerd als contractarbeiders voor landbouw, industrie, scheepsbouw en spoorwegen. Vandaag staan de bagagedragers van het station van Lahore, met hun rode shirts en daarop genaaide nummers, nog steeds te wachten tot een trein het station binnen raast om de bagage van de reizigers haastig van het geplaveide perron naar de asfaltweg buiten te dragen.

Hearings

Basir Mahmood, Monument of Arrival and Return, 2016, video still, 9’37’’, courtesy of the artist

Beatriz Santiago Muñoz

Black Beach/Horse/Camp/The Dead/Forces (2016) is opgenomen in Vieques, Puerto Rico, een eiland dat zestig jaar lang werd gebruikt als oefenterrein voor militaire bombardementen door de Amerikaanse marine. Al tien jaar vecht het eiland voor de restauratie en decontaminatie van zijn landschap. Bij het filmen van de beelden liet ik me leiden door een intuïtieve houding ten opzichte van materialen en bewegingen die verband houden met de dood, giftigheid en mystiek. Het strand van zwarte magnetietmineralen is langzaam aan het eroderen. Een kunstenares die ooit hielp om een heilige boom terug tot leven te wekken, is zelf meer dan eens verrezen uit haar ziektes. Drieduizend wilde paarden dwalen rond op een oude schietbaan. Een man voert dagelijks een ritueel uit bij het strand, met de religieuze zekerheid dat zijn bewegingen het eiland terug in een kosmische balans zullen brengen.

Matrulla (2014) is een film over Pablo Díaz Cuadrado die in 1972 een visioen had, opgewekt door de geparfumeerde Brugmansia versicolor bloem. In zijn hallucinatie ziet hij zijn toekomstige leven in Orocovis, nabij het meer Matrullas. De naam Orocovis is een inheems woord, orocobix, dat zoveel betekent als ‘eerste berg’. Pablo verweeft het visioen met die plek, als een circulair spiraalvormig pad door zijn eigen huis. De film is een portret van een ziener uit de achterhoede, een arenlezer, die de toekomst voorspelt door een verzameling van wat overblijft: zaden, satellietschotels en liederen.

Ik maakte deze films om na te denken met en door de mensen die erin voorkomen.

Beatriz Santiago Muñoz, Black Beach/Horse/Camp/The Dead/Forces, 2016, video still, 8’, courtesy of the artist

Cooking Sections

De idee van Empire Shops ontstond voor het eerst in Londen rond 1920. Deze winkels zouden de Britten leren hoe ze voedsel uit de kolonies en overzeese gebieden konden consumeren. Geen van die shops opende ooit werkelijk de deuren, maar het was hun intentie om voedsel zoals rozijnen uit Australië, sinaasappels uit Palestina, kruidnagel uit Zanzibar en rum uit Jamaica beschikbaar te maken in Groot-Brittannië. The Empire Remains Shop speculeert over de mogelijkheid om de restanten van het Britse Rijk in het huidige Londen te verkopen. De installatie in de publieke ruimte van het Londense duo Cooking Sections was in 2016 het kader voor een programma met discussies, performances, etentjes, installaties en filmscreenings. Aan de hand van voedsel werden nieuwe plekken en geografieën van onze postkoloniale samenleving in kaart gebracht.

Dit onderzoeksproject ging in 2013 van start en verkent de infrastructuur en de culturele denkbeelden waarmee het Britse Rijk de gastronomische en agriculturele uitwisseling tussen het thuisfront en de overzeese gebieden wilde stimuleren. Vertrekpunt is de Empire Marketing Board, een Britse overheidsinstelling die de koloniale handel in de jaren 20 en 30 promootte via kunst, film en grafische propaganda. The Empire Remains Shop is een platform dat de uitvinding van het ‘exotische’ en het ‘tropische’ onderzoekt: sandwiches met garnalen, conflictgeologie, de financiering van ecosystemen, het op pensioen gaan in voormalige kolonies, offshore constructies, Speciale Economische Zones, en veel meer.

Samen met de Empire Marketing Board posters uit 1920 wordt er een franchiseovereenkomst gepresenteerd waarmee publieke instellingen en particulieren hun eigen Empire Remains Shop in België kunnen openen.


Hearings

Venues

Schepenhuis

Cooking Sections, Cases of Confusion (50-40-20) (56-45- 25) (55-40-20), 2015, courtesy of the artists

Council

Het concept ‘natuur’ wordt regelmatig ingezet om mensen te veroordelen omwille van hun seksuele geaardheid, genderidentiteit of manier van zijn. Artikel 534 van het Libanese strafrecht veroordeelt ‘tegennatuurlijke seksuele interactie’. In India omschrijft artikel 377 hetzelfde misdrijf als ‘vleselijke interactie tegen de natuurlijke orde’. Het Keniaanse artikel 162 noemt het ‘vleselijke kennis tegen de natuurlijke orde’. ‘Natuur’, de tegenhanger van ‘cultuur’ (of van ‘maatschappij’), wordt gezien als een van de hoekstenen binnen het moderne westerse waardensysteem. ‘Tegennatuurlijk’ is afkomstig van contra naturam uit het napoleontische strafrecht. Het legale gevolg van het begrip werd evenwel niet cultureel vertaald in de voormalige Franse en Engelse kolonies. In Libanon bestaat er bijvoorbeeld geen legislatief document dat verklaart wat ‘tegennatuurlijk’ betekent, of wat men wettelijk moet zien als ‘natuurlijk’. Deze vragen onderzocht Council in The Manufacturing of Rights (2013 – 2015) in samenwerking met Legal Agenda en met het kunstencentrum Ashkal Alwan in Beiroet.

The Against Nature Journal zet het onderzoek verder onder de vorm van een drie jaar durend programma dat bestaat uit publicaties, tentoonstellingen en conversaties. Elk nummer zal een specifiek land benaderen waarin een dergelijke wet bestaat. Contour Biennale 8 in Mechelen en Museo de Arte Moderno in Medellin bieden de context voor het startnummer #0 van The Against Nature Journal, waarin de grafische identiteit, het redactionele raamwerk en de distributiepolitiek van The Against Nature Journal kenbaar gemaakt worden.

Council werd in 2013 opgericht door Grégory Castéra en Sandra Terdjman. Het collectief introduceert kunst in domeinen die de legitimiteit van kunst niet helemaal erkennen. Het voegt kunst bij wetenschap en bij de burgerlijke samenleving. Zo ontstaan er nieuwe vormen van ‘council’ (raad), en kan men toekijken hoe de menselijke natuur opnieuw onderzocht wordt. Voor The Against Nature Journal werkt Council onder meer samen met Aimar Arriola (hoofdredacteur), Julie Peeters (vormgeving) en Francesca Bertolotti-Bailey (vennoot van Council).

Hearings

Council, Joscelyn Gardner, Hibiscus Esculentus (Sibyl), 2009, hand-colored lithograph on frosted mylar, 91,5 x 61cm, courtesy of the artists

Eric Baudelaire

Also Known as Jihadi (2017) volgt de reis van een jonge man van Frankrijk naar Syrië en weer terug naar Frankrijk. Momenteel wordt hij daar gevangen gehouden voor zijn veronderstelde toetreding tot Daesh. Gebaseerd op ware gebeurtenissen en duizenden pagina's uit gerechtelijke stukken, maakt dit werk gebruik van de zogenaamde landschapstheorie (fukeiron in het Japans). Deze is ontstaan in de film AKA Serial Killer (1969) van Masao Adachi, die het onderwerp van mijn eerder filmwerk was: The Anabasis of May and Fusako Shigenobu, Masao Adachi, and 27 Years without Images (2011).

In Also Known as Jihadi wordt de weg van de jonge man naar het radicalisme louter gemaakt door middel van een reeks landschapsfoto's, gefilmd op de locaties die hij doorkruiste. Het werk is een biografie die niet wordt bepaald door wat het subject deed, maar door wat het subject zag. De film stelt in vraag hoe deze landschappen de sociale en politieke structuren weerspiegelen die het decor zijn voor een reis van vervreemding en terugkeer. Deze nieuwe film is gebaseerd op het verband tussen een aantal van mijn eerdere werken en de gebeurtenissen die recent plaatsvonden in ons leven. Meer dan een jaar geleden begon ik na te denken over deze film, vóór de gebeurtenissen van 13 november 2015 in Parijs en vóór die van Charlie Hebdo op 7 januari 2015. Vanuit dit perspectief wilde ik een film maken die de positie van het proberen (niet) te begrijpen bevestigt. Of, in de woorden van Pierre Zaoui, een film die ‘beoogt te begrijpen en niet te begrijpen terzelfdertijd. Te begrijpen tot het punt dat men niet meer begrijpt. En ook te laten zien, weigerend te begrijpen of te verklaren, zodat we met een vreselijk gevoel van verwarring verwonderd zijn om te ontdekken dat we het begrijpen, en we een subtiele sympathie ontdekken en onszelf vertellen dat monsterlijkheid misschien in onze gezamenlijke conditie vervat is.’

Hearings

Eric Baudelaire, Also Known as Jihadi, 2017, courtesy of the artist

Filipa César & Louis Henderson

De vuurtoren, een door de mens vervaardigd object dat licht schijnt in de duisternis, omvat perfect de verlangens van het Verlichtingsproject uit de moderniteit: de heerschappij over de natuur van ratio en intellect, de vooruitgang van technologie en handel op globale schaal en de verlichtende transparantie van de Europese christelijke moraliteit als een baken in het donker. Deze optische film zal een desoriënterende en ‘ontwesterende’ dérive zijn die voortkomt uit optische navigatie en algoritmes voor lokalisering. Het is een essay dat haaks staat op de westerse patronen voor situering. Sunstone is gemaakt met lenzen, fotosensitieve celluloidfilm en computergegenereerde beelden De film navigeert van de materiële productie van Fresnel lenzen tot de uitvinding van het global navigation satellite system (GNSS) dat het einde van de vuurtorens inluidde.

GNSS wijzigt de menselijke perceptie van ruimte, de macht van het kijken en de cartografische mogelijkheden. Het creëert nieuwe beelden van de wereld. Met dit nieuwe systeem om dingen in kaart te brengen, ontstaan nieuwe vormen van macht en controle. Als de vuurtoren het signaal was voor de groei in transatlantische transportatie, dan is satellietnavigatie het signaal voor de omwenteling in de handel van goederen naar data. GNSS is geboren in een tijdperk van netwerken die het onderscheid tussen militaire, burgerlijke, commerciële, private en publieke ruimte bevragen. De vuurtoren als een vorm van denken houdt stand op de kustlijn van het bewustzijn, GNSS navigeert het verder.

Filipa César & Louis Henderson, Sunstone, 2017, production still, courtesy of the artists

Ho Tzu Nyen

In NO MAN II (2017) wordt een koor van geesten samengebracht. Het is een weerbarstige ontmoeting tussen figuren van onbekende origine: dieren, hybriden, cyborgs en anatomische figuren. Soms zijn het manifestaties van mythische archetypes, dan weer van culturele stereotypes. Misschien zijn het wel kleine getuigenissen van de menselijke figuratieve verbeelding doorheen de geschiedenis.

De figuren laten zich leiden door bewegingen die niet stroken met hun uiterlijk: van bewegingen van ambigue aard tot banale menselijke activiteiten zoals ergens staan, of iconische bewegingen zoals breakdance of het verschijnen van zombies. De verweven stemmen die elkaar ritmisch afwisselen en ondersteunen, zingen:

No man is an island entire of itself;
every man is a piece of the continent,
a part of the main;
if a clod be washed away by the sea,
Malaya is the less,
as well as if a promontory were,
as well as any manner of thy friends
or of thine own were;
any man's death diminishes me,
because I am involved in mankind.
And therefore never send to know for whom the bell tolls;
it tolls for thee.

NO MAN II is een pleidooi van wezens met een onzekere bestaansvorm. Een pleidooi dat net zo ambitieus als onpeilbaar is.

+++

De liedtekst is afkomstig uit Meditation XVII – Devotions Upon Emergent Occasions (1624) van John Donne.

Muziek door Vindicatrix, aanvullende mix door Ho Tzu Nyen en Jeffrey Yue. De figuren werden gecreëerd met ondersteuning van Mimic Productions (Berlijn) en Vividtree Productions (Singapore).

Ho Tzu Nyen, NO MAN II, 2017, video still, CGI projection on double sided mirror, 360’, courtesy of the artist

inhabitants

Inhabitants (inhabitants-tv.org) is een online platform voor video’s gebaseerd op onderzoek en documentaire.

De huidige systematische ongelijkheid in de wereld is moeilijk weer te geven. Het vormt een uitdaging voor het causale en lineaire karakter van de reportagevorm. Online kortfilms experimenteren daarom met activistische campagnes, academische literatuur en speculatieve fictie, maar ook met experimentele, documentaire en amateurfilms. De mogelijkheden van deze verschillende media en technieken om problematieken aan te kaarten, zijn de drijfveer voor inhabitants.

Het platform, gelanceerd door enkele beeldende kunstenaars in 2015, ontwikkelde een achtdelige reeks rond het concept Anthropocene, een vijfdelige campagne tegen de olie-industrie in Portugal, en publiceerde een beknopte geschiedenis van het geo-engineering. Inhabitants werkte al samen met Haus der Kulturen Der Welt en het Max Planck Institute for the History of Science, het Berardo Collection Museum en de ‘Wages for Facebook’ campagne. Het publiceerde eveneens een video van de kunstenaars Filipa César en Louis Henderson, waarin ze een vormelijk vocabularium ontwikkelden voor cinematografisch onderzoek naar het filmarchief van postonafhankelijk Guinee-Bissau.

In samenwerking met Contour Biennale 8 publiceert inhabitants een videoreeks waarin de sociale rechtvaardigheid en het curatorieel perspectief van ‘Justice as Medium’ wordt onderzocht, door te kijken naar verschillende vormen van belichaming, recht en representatie. Hierbij worden zowel hedendaagse kwesties rond identiteit en historisch onderzoek als activistische belangen behandeld.

Hearings

Image Notes

Venues

inhabitants, Hobby Lobby vs. The Allegory of Justice, 2016, video still, courtesy of the artists

Judy Radul

Op de gelijkvloerse verdieping van het Schepenhuis, zetel van de Grote Raad tijdens de Bourgondische Nederlanden, zijn er twee soorten ramen. Enerzijds zijn er de oude glas in lood ramen die de omgeving versnipperd en wazig weergeven. Anderzijds is er sinds de recente renovatie een grote glasplaat die uitkijkt op een etalage en de omgeving net heel helder weergeeft, waardoor ze doet denken aan een flatscreen. De perceptie van de begrippen helderheid en transparantie is veranderlijk en afhankelijk van het tijdsgewricht en de betekenisdragers die daarin gebruikelijk zijn.

In het midden van deze ruimte staat een teleologische installatie: een videocamera leest een publicatie, de pagina's worden omgedraaid door een rudimentaire machine. De publicatie, die specifiek voor deze setting is gemaakt, stelt op een visuele en tekstuele manier het vormen van bewijs in vraag, en daardoor ook verschillende vormen van ‘oordeel’. Tegelijk wordt verwezen naar de geschiedenis van Mechelen, meer bepaald naar de rijkelijk geïllustreerde polyfone manuscripten.

Beelden bepalen niet zelf, of toch niet helemaal, hoe ze bekeken zullen worden. Dit werk bestudeert via eye tracking hoe een werk bijna polyfonisch bekeken wordt. Het ritme van de individuele perceptie wordt gevolgd door een geanimeerd digitaal oog dat het menselijk oog controleert en bewaakt. Door te swipen zullen oogbewegingen in de toekomst virtuele pagina’s omdraaien.

Wat zal dan de getuigenis, de verklaring van ‘ik zag dat’, nog betekenen? Wat is het, dat nu en in de toekomst bewijs registreert? Er worden geen sluitende antwoorden gegeven op deze vragen, het publiek wordt enkel uitgenodigd om te kijken. Om te kijken hoe het oog van de camera in de ruimte rondzwerft en door de vensters de wereld afreist.

Venues

Schepenhuis

Judy Radul, World Rehearsal Court, 2009, video still, courtesy of the artist

Karrabing Film Collective

The Stealing C*nt$ (2017) is een onderzoek naar diefstal, overleving en toxische soevereiniteit in het noorden van inheems Australië, gemaakt door Karrabing Film Collective. Het werk bestaat uit vier delen: de film Windjarrameru, The Stealing C*nt$ (2016) en drie werken geproduceerd voor Contour Biennale 8: Law Wall, Toxic Sovereignty #5 en Can you brighten yourselves? Windjarrameru is het tweede deel van een driedelig filmonderzoek naar wat het collectief ‘Living in Intervention Times’ noemt: de levensomstandigheden tijdens het neoliberale experiment van de Australische Staat jegens inheemse volkeren. Windjarrameru vertelt het verhaal van vier jonge inheemse mannen die in de struiken twee kratten bier vinden en kort daarna beschuldigd worden van diefstal door enkele mijnwerkers die illegaal werken in een nabijgelegen heilige site. De vier jongemannen vluchten een vervuild moeras in. Al snel worden ze ingesloten door de politie, de mijnwerkers en hun familie. De film onderzoekt wie naar de gevangenis moet voor welke vorm van diefstal, en hoe het eeuwenoude landschap hetzelfde blijft terwijl het een giftige verandering doormaakt. De drie werken die Windjarrameru omringen, gaan dieper in op enkele legale en materiële omstandigheden waarin de film tot stand is gekomen en waarover de film reflecteert. Law Wall toont de ‘blanke’ rechtspraak die zich boven de inheemse rechtspraak probeert te positioneren, maar doordrongen is van eeuwenoude voorouderlijke wezens die in het land bestaan. Toxic Sovereignty #5 verkent de cartografie van mutatie, onteigening en overleving in een reeks van historische kaarten, miniatuurfotografie en gemuteerde wezens. Can you brighten up yourselves? gebruikt een uitvergroot portret van een pasfoto om verschillende soorten limieten van de inheemse beweging in kaart te brengen: raciale en koloniale opsluiting, armoede en beveiliging.

Karrabing Film Collective, Windjarrameru, The Stealing C*nt$, 2015, film still, 35’, courtesy of the artists

Lawrence Abu Hamdan

In het Choufgebergte van Libanon wordt de tape van oude cassettes rond fruitbomen gewikkeld om vogels en insecten te weren. Dit zorgt ervoor dat een hele boomgaard met clementines glinstert door tientallen tapes die honderden liederen en preken bevatten. Op een dag, diep in een boomgaard, viel één boom mij op. De tape die de clementines van deze boom beschermde was veel dunner, mini-cassettetape, de soort die men gebruikt in dictafoontjes of antwoordapparaten. Omdat ik een persoonlijkere inhoud van de opnames verwachtte, verzamelde ik alle mini-cassettetape van deze boom en oogstte ik de stem die op het oppervlak gemagnetiseerd was. Hoewel de stem door het onophoudelijk beschermen van de clementines erg versleten was, bleken enkele kleine fragmenten toch herkenbaar. Het herstelproces was uitputtend, sommige fonemen moesten urenlang worden herbeluisterd om de gedempte woorden van elkaar te kunnen onderscheiden. Na de openingszinnen telkens opnieuw te beluisteren, hoorde ik uiteindelijk hoe de stem zijn identiteit prijsgaf als Wissam [onverstaanbaar], en begreep ik dankzij Wissam dat ik luisterde naar een geluidsopname van een manuscript voor een boek of manifest over het ongrijpbare concept Taqiyya: een esoterisch, islamitisch en juridisch concept dat beter gekend is als het recht om te liegen. Het herstellen van de stem is een intensief en tijdrovend werk. The recovered manifesto of Wissam [inaudible] die in de tuin van het Mechelse gerechtshof gepresenteerd wordt, bevat negentig minuten looptijd met alle verstaanbare fragmenten die ik tot op vandaag kon redden.

Lawrence Abu Hamdan, Wissam, 2016, installation view at Maureen Paley London, courtesy of the artist and Maureen Paley

Madonna Staunton

Madonna Staunton is een kunstenaar en dichter uit Queensland. Haar immersief werk speelt een sleutelrol in het Australische modernisme. De schilderijen van Staunton ontstaan vanuit een innerlijke impuls die wordt gevoed door de landschappen die ze doorkruist heeft. Haar œuvre varieert van zelfportretten, brieven naar dichters en schrijvers, intuïtief gecomponeerde dadaïstische assemblages tot veelkleurige werken. Al vijftig jaar lang onderzoekt Staunton nauwgezet hoe ze de menselijke geest en de emotionele structuur van onze hersenen via schilderijen en sculpturen kan weergeven. Haar denken wordt beïnvloed door filosofie, theologie en literatuur van Aldous Huxley tot Franz Kafka.

Contour Biennale 8 presenteert een reeks van recente schilderijen die reflecteren over het donkere karakter van traag geweld en die op expressieve wijze de vervreemding en beklemming van de huidige condition humaine tot uiting brengen: Immigrant (2008), The Eye of the Storm (2012), Base Camp (2012) en Amputee (2010). De monotypes van de reeks N.Y. 11 Sept 01 2001 (2001) geven een gefragmenteerd en radeloos lichaam weer, dat ook verwijst naar de vele levens die na dit historisch moment verloren zijn gegaan in de ‘eeuwigdurende oorlog’ van de Verenigde Staten in het Midden-Oosten. In close-ups van de handen van de kunstenaar wordt huid tegen papier gedrukt: zo wordt de individuele kwetsbaarheid blootgesteld in tijden van globale verontrusting.

Hearings

Madonna Staunton, Immigrant, 2008, synthetic polymer paint on card, 23 x 26 cm, courtesy of the artist and Milani Gallery, Brisbane

Otobong Nkanga

Het werk van Otobong Nkanga is gebaseerd op verschillende vormen van visuele of performatieve storytelling en verwijst daarbij naar de overgang van ‘natuur’ tot koopwaar en de moderniteit als plek van voortdurende migratie. Haar meest recente werk gaat dieper in op de poëtische kwaliteit van stenen en het intensief gebruik van mineralen als persoonlijke souvenirs, industriële grondstoffen en grensstenen. Het sediment van de aardkorst is verstrikt geraakt in een aaneenschakeling van machtsstrijden, intensieve ontginning en performatieve overdaad. Het menselijk lichaam komt daarbij onvermijdelijk als een gefragmenteerd, gemineraliseerd landschap naar voor.

Nkanga verdiept zich eveneens in conversatie- en taalgerichte formats waarbij ze Nigeriaans Pidgin tussen de poëtische verzen van haar performances en videowerk weeft. In de video Reflections of the Raw Green Crown (2014) plaatst de kunstenaar haar lichaam tegenover enkele Berlijnse kerken met groene klokkentorens en geraffineerde daken, en reciteert. Het anonieme menselijke subject en de ruwe mineraalerts worden met elkaar verbonden, terwijl we kijken naar het volgebouwde landschap met architectonische afzettingen van malachiet en azuriet. Deze laatste zijn mogelijk afkomstig uit een historische mijn in Namibië die de kunstenaar bezocht in het kader van haar werk, zoals wordt weergegeven in de modulaire installatie Tsumeb Fragments (2015). Beide kunstwerken putten uit herinneringen, archiefonderzoek en bezoeken aan de verlaten mijn in Tsumeb, ooit bekend als de Groene Heuvel. Generaties lang werd deze met de hand ontgonnen door de Ovambo, en nadien gebruikt voor industriële ontginning en export tijdens de Duitse koloniale administratie in 1905.

I want to go where you were
The green mountain glistering afar
Land of incredible specimens
The finest of them all, they said.

Otobong Nkanga, Reflections of the Raw Green Crown, 2014

Venues

Schepenhuis

Otobong Nkanga, Remains of the Green Hill, 2015, video still, 5’48’’, exhibition view of “Comot Your Eyes Make I Borrow You Mine” at Kadist, Paris, photo: Aurélien Mole and courtesy of the artist

Pallavi Paul

In mijn werk speel ik met poëzie en de ervaring van tijd. Vertrekpunt is de breuk tussen documentaire en werkelijkheid, om zo een laboratorium te creëren waarin de grenzen tussen fantasie, verzet, politiek en geschiedenis vervagen.

Mijn werk wil een speelveld opzetten waarin historische passie kan worden losgekoppeld van de begrippen tekortkoming en rouw, om zo een speels en kritisch medium te worden. Een belangrijke invloed hierbij is de chaos eigen aan onze hedendaagse wereld.

The Dreams of Cynthia (2017) volgt het innerlijke leven van Cynthia, verbeeld als een literair personage, een tijdmaat, een vorm van ervaring en een landschap. Ze is getuige van het leven van twee mensen, een beul en een kunstenaar. Hun levens in een klein dorpje in Noord-Indië zijn met elkaar verweven door een gedeelde geschiedenis van werk, geweld en dood.

Pallavi Paul, The Dreams of Cynthia, 2017, video still, 44’, courtesy of the artist and Project 88

Pedro Gómez-Egaña

Mijn werk probeert steeds een zekere intimiteit met plaatsen op te bouwen, tijdelijke structuren op te zetten en een narratief te incorporeren. Deze intimiteit heeft te maken met een historische ervaring verbonden met een locatie, maar ook met de experimentele aard van het aanwezig zijn in een ruimte. Door het akoestische en het kinetische te bestuderen, door verhalen te verbinden aan een plek, begin ik na te gaan hoe ik het werk zal opstellen, zodat er zowel een mechanisch apparaat als een menselijke betrokkenheid is bij de samenstelling van een scène. Het publiek wordt vaak geleid tot een gevoel van vervoering en wordt onderdeel van het werk. Tegelijk is er de ervaring van nabijheid en afstand, waarbij handgemaakte en geautomatiseerde constructies een immersieve omgeving creëren waarin de tijdsbeleving telkens anders is.

In Mechelen heb ik me ondergedompeld in de complexe traditie van raadsels die werden gebruikt in de Vlaamse polyfone manuscripten. De scribenten verwerkten raadselachtige tekstjes in de partituren die de zangers moesten interpreteren. Daarnaast ben ik gefascineerd door de traditie van de vroege boekdrukkunst in dit gebied. Ik ervaar een poëtische geladenheid bij de mechanische functie van de drukpers. Haar gewrichten, tandwielen en hefbomen hebben als doel een moment van totale duisternis te creëren wanneer de inkt en sjablonen op papier worden gedwongen tot het produceren van een radicaal voorbeeld van uitwisseling. De implicaties van deze twee referenties, een taalkundige stilte en een mechanische duisternis, vormen de centrale inspiratiebron voor The Moon Will Teach You (2017), verborgen in de zolder van het renaissancistische In den Grooten Zalm.

Munich F Manuscript - Petrus Alamire, courtesy of the Bayerische Staatsbibliothek München

Rana Hamadeh

Mijn werk manifesteert zich in lange discursieve projecten waarin nagedacht wordt over de infrastructuur van justitie, militarisme, volksgezondheid en theater. In 2011 begon ik met het doorlopende project Alien Encounters, als broedplaats waarin wordt nagedacht over de complexiteit van het begrip ‘vreemde’ (‘alienness’). Het project bestaat uit performances, theatrale en cartografische werken, geluid- en tekstgerichte installaties-als-decors, maar ook uit teksten en gesprekken. In deze verschillende hoofdstukken wordt het begrip ‘alien’ ingezet als discursief materiaal om alternatieve archieven op te bouwen, waarin onderzoek wordt gedaan naar door de staat gesteunde vormen van geweld en de wettelijke apparaten die dat mogelijk maken

Voor Contour Biennale 8 presenteer ik de eerste schets van een opera-in-progress. Het veelzijdige project The Ten Murders of Josephine (werktitel) zal gedurende twee jaar in verschillende hoofdstukken verder worden ontwikkeld en onderzoekt de verbanden tussen theater en rechtspraak. Het project haalt zijn inspiratie deels uit het genre van het legal spectacle, maar ook uit mijn eerdere claim waarin ik rechtspleging zie als 'de mate waarin men toegang heeft tot theater’. Hieraan voeg ik een nieuwe ingeving toe: Wat zou het betekenen een ‘getuige’ (‘testimonial subject’) te worden, niet binnen de grenzen van de wet, maar juist daarbuiten, in plaats van de ‘wettelijke onderdaan’ (‘legal subject’). Zo wil ik nadenken over een getuigenis als een klankspoor van alles wat niet verteld kan worden, in plaats van een uitdrukking binnen een rechtbank. De performance wordt in de biënnale gepresenteerd met het bijhorende script.

Hearings

Venues

Schepenhuis

Rana Hamadeh, The Sleepwalkers, 2016, installation view at The Showroom, London, photo: Daniel Brooke and courtesy of the artist

Ritu Sarin & Tenzing Sonam

Al meer dan dertig jaar lang maken we samen films. We vertellen verhalen over mensen die onze levens doorkruisen en onderzoeken kwesties die ons persoonlijk raken. Een terugkerend onderwerp in ons werk is Tibet, waarmee we nauw betrokken zijn op persoonlijk, politiek en artistiek vlak.

De reeks Burning Against the Dying of the Light (2015-17) onderzoekt en contextualiseert de politiek van het protest in Tibet, en vooral de recente zelfverbrandingen. Ons werk tracht deze ongekende dramatische expressie van een afwijkende mening te kaderen in de context van de bezetting en kolonisatie van Tibet onder Chinees bewind, zes decennia geleden. Het is een gegeven dat tot vandaag het voortbestaan van dit oude land als een soevereine en autonome entiteit bedreigt. Met bewijsstukken in de vorm van video's, portretten, getuigenissen, gedichten en brieven, proberen we tegelijkertijd ook licht te werpen op de onopgeloste vragen over de ethiek, motivaties en rechtvaardigingen van deze gruwelijke politieke protesten. Dit doen we door ze te kaderen binnen de Tibetaanse boeddhistische filosofie, net zoals de zelfverbranders dat doen.

De nieuwe film Drapchi Elegy (2017) bouwt verder op dit thema van verzet. We portretteren Namdol Lhamo, een Tibetaanse vrouw van middelbare leeftijd die in Brussel woont en werkt als schoonmaakster in een bejaardentehuis. Lhamo is een van de beroemde ‘Drapchi 14’, een groep nonnen die werd opgesloten in de beruchte Drapchi-gevangenis van Lhasa voor het vreedzaam demonstreren tegen de Chinese bezetting begin de jaren 90. Dit werk biedt een reflectie op de eenzaamheid van de politieke ballingschap en op de evolutie van de strijd voor de Tibetaanse vrijheid, vanaf het verzet van de nonnen in de jaren 90 tot het offer van de zelfverbranders twintig jaar later.

Ritu Sarin & Tenzing Sonam, Drapchi Elegy, 2016, film still, courtesy of the artists

Rossella Biscotti

Het lopende project Other verweeft de geschiedenis en het gebruik van de volkstelling en hoe deze sociale categorieën definieert en positioneert. Het vertrekt vanuit het concept van ponskaarten, een hulpmiddel en een methode die op basis van een binair systeem de Hollerith machine voor dataverwerking en de geautomatiseerde Jacquardgetouwen programmeerde. Other beschouwt hoe bevolkingsbeheer en de categorisatie daarvan geen rekening houdt met individuele verhalen. Via de uitgebreide gegevens van een volkstelling in Brussel onderzocht ik de levens en relaties in verschillende huishoudens. Deze demografische analyse vertaalde ik uiteindelijk naar een geweven, textiele vorm.

Het individu wordt op basis van verschillende familie categorieën en definieerde relatiepatronen gepositioneerd. Other is een bepaalde categorie van mensen die niet thuis te brengen zijn in de gegeven mogelijkheden, zoals personen die een appartement delen met een medestudent of een collega, een grootvader die is opgenomen in een andere familie of mensen die tijdelijk ergens leven. Wat ik beschouw als ‘institutionele huizen’ zijn specifieke gevallen binnen Other: een groot aantal mensen dat geregistreerd staat in één huishouden (in rusthuizen, asielcentra of verzorgingstehuizen bijvoorbeeld). Ik traceerde en analyseerde hoe iemands residentiële status hetzelfde blijft of net fluctueert, hoe een individu kan worden opgenomen in een familiale structuur, verdwijnt, verhuist uit de stad of sterft.

De textiele objecten vormen een matrix samengesteld